pikselikuva
KANTOORRUIMTEN

Toepassingsvereisten
In kantoorruimten zijn de tevredenheid en de productiviteit van de gebruikers afhankelijk van de binnenklimaatvoorwaarden en de regeling van deze laatste. Omdat de rol van het kantoorwerk verandert, dient het ruimtelijke ontwerp herzien te worden. Tegenwoordig staat het evenwicht tussen interactie en autonomie centraal.

Er wordt steeds vaker afgestapt van sterk gestructureerde ruimten (productielijn) en cellen (kalme, afzonderlijke units) om te evolueren naar luidruchtigere open kantoorruimten en ‘clubs’ (diverse werkconfiguraties). Deze ruimten worden ondersteund door centraal gedeelde zones waar de werknemers hun kennis met elkaar delen. (Bron: Flexibility Ltd., UK). Bijgevolg weten de gebruikers goede binnenklimaatvoorwaarden in alle gebruikssituaties te waarderen. Dit betekent dat ook HVAC-systemen flexibel moeten zijn.

Kantoren worden gekenmerkt door hoge koellasten, lage vochtlasten en een gematige ventilatievraag. Bovendien hebben gebruikers zo hun eigen voorkeur inzake thermische voorwaarden. 

Optimale oplossing

Halton’s kantooroplossingen op basis van koelplafondunits garanderen een grote gebruikerstevredenheid door het creëren van optimale voorwaarden in alle seizoenen en door de mogelijkheid te bieden de voorwaarden ook in open kantoorruimten individueel in te stellen. Koelplafondunits laten toe de algemene thermische voorwaarden op het gewenste niveau te handhaven door de continue regeling van het koel- en verwarmingsvermogen met behulp van Halton’s regelsysteem. Plaatselijke inregelingen zijn mogelijk met behulp van Halton Velocity Control. Door het primaire luchtdebiet met behulp van Halton Air Quality Control op 1,5 – 6 l/s per m2 in te regelen, wordt een optimale luchtkwaliteit verkregen.

De ingebouwde flexibiliteit van Halton’s koelplafondunits maakt snelle en economische indelingsveranderingen mogelijk. Open kantoren kunnen probleemloos tot vergaderruimten of afzonderlijke kantoorruimten worden omgevormd en omgekeerd. Het primaire luchtdebiet wordt ingeregeld met behulp van Halton Air Quality Control. De luchtsnelheidsvoorwaarden worden aangepast d.m.v. Halton Velocity Control, bijv. wanneer zich in de buurt van de koelplafondunit een scheidingswand bevindt. Door middel van Halton Velocity Control of door een combinatieregelklep kunnen het koel- en verwarmingsvermogen van een unit eveneens afzonderlijk worden gereset zonder de werking van de andere units te beïnvloeden.

De oplossing is gebaseerd op een bijzonder concurrerend koelplafondsysteem wat de levenscyclusprestaties betreft. Lagere lucht- en waterdebieten beperken de investeringskosten terwijl de efficiënte units het energieverbruik verlagen. En ook de reorganisatiekosten dalen dankzij de flexibiliteit.
 
Koelplafondunits die zowel ventileren, koelen als verwarmen en indien gewenst ook nog andere functies bieden, zijn bijzonder praktisch. Ze kunnen in een verlaagd plafond worden geïnstalleerd maar kunnen ook worden opgebouwd; bovendien kan het aanzicht van de units op de interieurinrichting worden afgestemd.


Terug | Pagina afdrukken